donderdag 15 maart 2012

vragen :

1.
geef de verhoudings formules van de volgende zouten:
chroomoxide
ijzer(II)chloride
ijzer(III)fosfaat
amoniumsulfaat

2.
bereken nu de samenstelling als de sulvaat sulviet zou zijn


3.
welke van oplossingen geleid stroom ?

A: chloor in water
B: natriumchloride in water


4.
wanneer geledeiden deze stoffen stroom ?

                            |  opgelost   |     vast      |       vloeibaar        |
                            |                 |                 |                             |
zout                      |                 |                 |                             |
metaal                  |                 |                  |                            |
niet metaal            |                 |                  |                            |



5.

je doet een blok ijzer in chloor water komt er een reactie ? zo ja geef de reactie vergelijking.
(ga ervan uit dat het ijzer (II) is.)






6.
hoeveel mol chloor is er nodig om 3.4 gram ijzer (III) op te laten lossen.




7.
geef het symbool en het ion van de volgende stoffen.
(geef alle mogelijkheden.
1. tin
2. jood
3.zilver
4.helium
5.lood

8.
er zijn enkele metaaloxide die met water reageren.
schrijf hiervan de reactie vergelijking op.

natriumoxide   +    water   ---->

kaliumoxide    +    water  --->












2 opmerkingen:

  1. First en wel goed gedaan. Mick en Nick, waar blijft opdracht 1? Kijk anders nog eens op mn blog als je het niet meer weet.

    Groeten,

    Joost

    BeantwoordenVerwijderen